Gepost door: Victor Goossens | 2 oktober, 2013

Stockpicking versus ETF beleggen, stukje Telegraaf van 28 sept;

STOCKPICKING, DE GROTE UITDAGING VOOR BELEGGERS

De kunst van het kiezen

 
door JAN BRAAKSMA

Kies die aandelen die de komende weken, maanden of jaren het beste zullen presteren, hou ze een tijdlang vast en steek vervolgens de winst in uw zak. Het is het uitgangspunt van ’stockpicking’, het aloude beleggersambacht. Het lijkt zo simpel, maar dat is het niet. „Het is onmogelijk alleen winnende aandelen te selecteren.”

Jack Neele, fondsmanager van Robeco Global Consumer Trends, omschrijft stockpicking als „het zoeken naar aandelen die het beter zullen gaan doen dan de markt”. Neele speurt naar ’structurele winnaars’: bedrijven die sneller groeien dan de concurrentie en op lange termijn de markt voorblijven. Hij noemt voorbeelden als Nike (sportkleding) en luxemerk Prada.

Zoeken naar veranderingen die de markt nog niet heeft ingeprijsd”, is het belangrijkste selectiecriterium van Mikhail Zverev, hoofd global equities bij de Schotse vermogensbeheerder Standard Life Investments. Zverev zweert bij stockpicking, zeker in een markt waarin etf’s, indexvolgende beleggingsvehikels, aan populariteit winnen. Waar stockpickers alleen aandelen selecteren waarin zij potentie zien, kopen en verkopen deze indextrackers aandelen om zo nauwkeurig mogelijk een index na te bootsen. Indexbeleggers kijken niet naar de potentie van een bepaald aandeel.

Massa

Dat geldt ook voor beleggers die massaal in aandelen stappen als het economisch meezit, en uitstappen als het tij keert. Aandelen die het niet verdienen, stijgen zo te veel in koers en sommige aandelen die wel potentie hebben, laat de massa links liggen. Dit levert prijsoneffenheden op, legt Zverev uit, waar stockpickers van kunnen profiteren.

Stockpickers gaan niet uit van grote macro-economische bewegingen, maar beginnen juist op bedrijfsniveau hun zoektocht naar de beste aandelen. Maar hoe ontdekken beleggers nu welke dat zijn? In dit proces maken Neele en Zverev veel gebruik van analisten, die hen van informatie voorzien over bedrijven en de markten waarin zij actief zijn. Neele legt uit waar hij zoal op let: „Is de groei in deze industrie blijvend? Ook kijken we welke bedrijven de beste concurrentiepositie hebben, de beste schaal, het beste product. Kortom, iets waarmee ze zich onderscheiden van de concurrentie. Ook het trackrecord van het bedrijf is belangrijk: hoe presteerde het in het verleden? Groeide het de afgelopen jaren sneller dan de markt? Hoe goed is het management?”

Nu hebben particuliere beleggers niet de beschikking over eigen analisten, maar toch kunnen ook zij wat opsteken van de methode van ervaren stockpickers. Veel informatie over mogelijke doelwitten staat immers gewoon in jaarverslagen. Wat is de cashflow, uit welke regio haalt het bedrijf de meeste omzet, hoeveel dividend is er de afgelopen jaren uitgekeerd? Zulke prestaties vergelijken met die van branchegenoten levert al snel een aardig beeld op.

Ook Zverev gaat niet over een nacht ijs. „We kijken niet alleen naar het bedrijf zelf, maar ook naar de concurrentie, naar de branchegenoten. Wie nemen hun producten af? En hoe denken die bedrijven over ons doelwit?”

Op het verlanglijstje van Neele en Zverev staan ook bedrijven met een dominante positie. Maar het is tevens belangrijk dat die bedrijven zich ook goed voorbereiden op de toekomst. Hoe lang het duurt voordat een bedrijf bovenop de apenrots zit en hoe lang het daar kan zitten, verschilt volgens Neele per sector. „Nike leidt al decennialang de markt voor sportartikelen. Maar in bijvoorbeeld de technologiesector wisselen de winnaars veel sneller. Nokia was tien jaar geleden marktleider in mobiele telefonie, dat is nu volledig omgedraaid.”

„Het is onmogelijk alleen winnende aandelen te selecteren”, zegt Jack Neele. Verlies beperken en winst maximaliseren is daarom het devies. Spreiding is dus noodzakelijk, zowel tussen verschillende bedrijven als verschillende sectoren.

Ook voor professionele beleggers blijkt het lastig op het goede paard te wedden. Uit recent onderzoek van Standard & Poor’s blijkt dat 65,9% van de actief beheerde internationale beleggingsfondsen over de afgelopen vijf jaar gemeten achterblijft bij hun benchmark. Daarom is het verstandig naar de historische rendementen van een fondsbeheerder te kijken. Hoe lang zit hij in het zadel? En hoe loodste hij het fonds door crises?

Goede kansen

Zowel Neele als Zverev zoeken naar ontwikkelingen die de wereld en bedrijven veranderen. Zo heeft de groeiende populariteit van smartphones en tablets impact op veel internetbedrijven. Neele tipt Facebook en TripAdvisor als bedrijven die daar slim op hebben ingespeeld, Zverev ziet goede kansen voor Google en eBay.

Structurele groei behalen onder de huidige omstandigheden is volgens Neele een stuk moeilijker dan in het verleden. „Economische rugwind helpt ook de minder sterke bedrijven. Maar nu we al vijf jaar kampen met een lastige economie zijn de verschillen tussen sterke en minder sterke bedrijven duidelijker.”

Neele ziet een tweedeling ontstaan in de markt voor beleggingsproducten. „Met enerzijds de etf die nauwelijks afwijkt van de benchmark, van het marktgemiddelde rendement. Aan de andere kant onze strategie: wij hebben geen benchmark, kijken vooral naar individuele bedrijven en wijken dus sterk af van de markt. Als je slechts een beetje afwijkt, is het heel erg lastig geworden beter te presteren dan de markt.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: